maandag 13 juli 2009

Córdoba, donderdag 16 april 09



Vandaag houden we het dichtbij, Córdoba, met slechts één doel de Mezquita-kathedraal.
Op amper 62 km van Baéna vandaag hebben we dit tot onze 'rustdag' gemaakt. De 62 km doe je wel langs een 2-vaks baan, maar we deden deze rit al dinsdag, op weg naar Sevilla.

Onderweg worden we stilgehouden door twee mannen met een vlag. Een derde heeft een walkie-talkie. Als we doormogen zien we dat twee mannen een metalen brug aan het schilderen zijn. Daarna staat er weer iemand met een walkie-talkie en twee mannen om het tegenliggend verkeer tegen te houden. Sociaal werken. Een job voor twee man, wordt hier met acht uitgevoerd. In Vlaanderen vervangen we de zes vlaggers door automatische verkeerslichten. Het heeft iets, misschien een goed onderwerp voor een boekje: Sociaal werken, de strijd tegen de werkloosheid. Bovendien heeft een mens terwijl hij werkt tenminste iemand om tegen te klappen.

Het centrum van Córdoba is heel makkelijk te bereiken, en aan de overzijde van het water kan je vrij gemakkelijk een parkeerplaats vinden in de straten. We staan op een rustige plek, naast een middelbare school.
Onderweg gaan we een bakkerij binnen en slaan wat proviant op voor de middag, lichte zoetigheden. Esmoreit heeft er duidelijk zin in.

Na de brug, waar we nog een troep jonge Vlamingen tegen kwamen, worden we door een meute zigeuners aangevallen. We worden een takje tijm in de handen geduwd, en ze gaan ons onze toekomst voorspellen. 'Goat er van weg' roep Lut nog tervergeefs. Esmoreit heeft ook niet door wat er gebeurt. We worden aangeklampt, en vastgehouden. Uiteindelijk draait het allemaal om betalen. Ik heb altijd wat kleingeld in mijn broekzak zitten voor zo'n toestanden. Want je portefeuille bovenhalen op zo'n momenten is niet echt verstandig. Ze vinden het kleingeld niet genoeg, maar dat is hun probleem.
We hebben in Barcelona al straffere zaken meegemaakt.
Het is de enige keer op de reis waar we toch moeten uitkijken om niet bestolen te worden, maar met vier paar ogen houden we mekaar in de gaten.

Het binnenplein van de kathedraal is een rustige plek, met waterkanaaltjes, fonteintjes en schaduw van de appelsienbomen.

Binnen kom je in een wondere wereld.
Hoewel het grondplan van de kathedraal een eenvoudige rechthoek is, wordt je door het bos van de zuilen toch wat gedesoriënteerd.
De bogen op de zuilen zijn dan ook nog eens dubbel.
Ze zijn uitgevoerd in twee kleuren. Soms zijn het verschillende gesteenten, soms zijn de strepen geschilderd.

fullsized picture

Het licht binnenin is heel getemperd. De vele zuilen geven mij een goede steun zodat ik toch bij extreem lange sluitertijden (soms meer dan 1s) toch scherpe foto's kan maken.


fullsized picture

Er is weel heel veel zorg besteed aan de detaillering. Zie ook de bijzondere afwerking van het houten plafond.

fullsized picture met veel meer detail en kleurdiepte

Hoe dichter je bij het heiligdom komt, hoe fantastischer de bogen worden.


Het mihrab temidden de meest oostelijke gevel van de moskee.

Met een pracht van een koepel er voor.



Afbeeldingen zie je niet in de moskee, afbeeldingen van menselijke figuren zijn verboden in de islam. Geschriften zie je des te meer.

Temidden van de moskee werd in de 16e eeuw een kathedraal gebouwd. Karel V was niet onder de indruk. 'jullie hebben alles vernietigd wat men nergens anders kan zien, en er iets voor in de plaats gebouwd dat met overal kan zien' zou hij gezegd hebben.
Daarmee verzwijgd hij dat hijzelf een groot deel van het alhambra heeft laten afbreken en er een plomp gebouw ter zijner ere heeft laten neerploffen.


Anderzijds vind ikzelfd de kombinatie van de kathedraal en de moskee wel uniek, en eigenlijk ook geslaagd.
Het kontrast kan niet groter. De ingetogenheid, het duister van de moskee tegenover de in het fel wit licht badende kathedraal.
Het is een statement dat kan tellen.
Het zegt ook genoeg dat men gewoon verder op de bogen gebouwd heeft, en men zoveel mogelijk crème fraiche gebruikt heeft.

extreem groot formaat van bovengaande foto

Je kan ook niet in de kathedraal komen zonder eerst door de moskee gepasseerd te zijn. Het is alsof de islam het katholicisme draagt. Als je hier in het koor zit, stel je je voortdurend de vraag wie er hier wint. Hoe je het ook bekijkt oecumenischer dan hier kan het niet.


fullsized picture

Aan de rand van de kathedraal zoeken we een bar op. Wij kunnen even naar het toilet, en buiten kan het even regenen. Ondertussen onze café con leche.

We verlaten de site van de mezquita-catedral via oude winkelstraatjes en de oude stadswallen naar de puerta de Almodovar. Voor de naam alleen al.


Via het park met waterpartijen wandelen we terug naar de auto.

Hoewel auto? eh we zijn hier ondertussen toch al verschillende straten gepasseerd die we in het doorgaan niet gezien hebben. Lut had de klaarheid van geest om de naam van de straat op te schrijven, iets met Tenerifé. Niet echt een straat die de plaatselijke bevolking schijnt te kennen. Op ons stadsplan staat de straat ook niet.

Een plaatselijke oma met haar kleinkind zal ons voorgaan, terug naar de brug waar we vandaan kwamen, want dat is het enige wat we haar duidelijk kunnen maken. Ons Spaans blijft ontoereikend. Voor één keer is het orientatiegevoel van Eulalie correct. We hebben inderdaad dat plein overgestoken, ik dacht van niet. Binnen de korste keren passeren we terug de bakkerij en zien we het schooltje. De auto staat er nog.


De witte dorpen en Ronda, woensdag 15 april 09

groot formaat panorama waarbij de straten als lava lijken

Die nacht krijgen we onweer met storm en zware regen. Bovengaande foto is genomen vanop het terras van onze kamer tijdens een stortbui.


In de voormiddag gaan we eerst nog voorraad inslaan in de mercadona. We zijn het daar ondertussen gewoon, je kan ondergronds parkeren. In de winkel hebben ze ook handige draagmandjes die je als ze te zwaar op de grond zet en met een uitschuifbaar handvat achter je meesleept als een hondje. We vallen in onze zomerse kledij duidelijk op. Pasta, ham, kaas, eieren water en vooral wijn en cava. Je vindt daar de lekkerste spaanse rode wijnen tussen de 3 € en 10 € als je 12€ uitgeeft heb je echt wel een topwijn. Bovendien mag ik ook de sherry niet vergeten.
fino seco, oloroso en dulce, maar vooral de jerez pedro ximinez, plakkerig zoet zwart van kleur maar een ongelooflijke lekkernij. Hij gaat binnen als de beste stroop, maar na twee glazen zet Lut de grootste aria's in. Eva Maria, eat your heart out!

Aan de kassa leggen ze me nog eens het systeem uit, om de parking uit te rijden hou je de rekening met streepjescode naar het aparaat en de slagboom gaat open. Echt praktisch.

Eer we uitgeladen zijn is het al een heel eind na de middag eer we kunnen vertrekken naar de witte dorpen bezoeken, terug een 200 km van ons vandaan. Ronda is ons keerpunt.
Doordat er zoveel nieuwe autosnelwegen bijgekomen zijn de laatste vier jaar (de leeftijd van de dvd van onze gps) sparen we meer dan 30 min op de reistijd uit. Een nadeel van onze gps in Spanje is dat hij de meeste straten op hun nummer herkent, en niet op de straatnaam.
We vinden in Setinel de las bodegas slechts één straat A221.

Aangezien we zo laat op pad zijn, beslissen we slechts één wit dorp te bezoeken en van thuis uit zag Senitel de las bodegas er toch wel een uit dat je moest gezien hebben, met die woningen in de rotsen. Bovendien wilden we nog naar Ronda.

Onze gps loodste ons een dorp in, het zag er wat wit uit. Hoe ik ook dat dorp rond reed, ik zag geen rotsen. Ik denk dat we zowat alle straten gedaan hebben, steil en smal. Oude wijken en nieuwe wijken. Tot ik parkeerde en even te voet verder wou kijken. Miezirge motregen hield de rest van het gezelschap in de auto. 'Is dat nu een wit dorp?' Hoe ik ook probeerde uit te leggen wat ik op foto gezien had, en dat er hele achtdaagse reizen 'de witte dorpen' georganiseerd werden, meer dan een wat matte blik kreeg ik niet terug.
Nu eerlijk gezegd, meer dan een verkaveling met gesloten bebouwing was dat hier niet. Een soort verstedelijkt dorp met smalle steile betonstraatjes mét verkeersdrempels. Alsof je hier meer dan 15 km per uur zou rijden op een helling die je wel in eerste versnelling moest nemen.

Toch nog maar eens op de gpk gekeken (gewone plooikaart). Een deel van die weg is groen gekleurd, en doorgaans als een michelinkaart dat aanduid is het wel de moeite. Nog maar eens door het dorp, en toen zag ik dat de doorgaande weg door werken was onderbroken. Voorbij de onderbreking zag ik een wegwijzer Setinel. Juist.

Toen we in het juiste dorp aankwamen, klonk al vlug naast mij 'zullen we ons niet op een openbare plaats parkeren?' Eh ja? Na een scherpe bocht lukte het, we zouden de rest te voet doen.
Ver moesten we niet gaan, de rotsen hingen boven ons.

Het terras was verlaten, maar aan huisnr 71 (ook ons huisnr) kochten we onze café con leche. Een toilet bezoek is ook altijd handig. Maar waar is de kleinste kamer hier. 'Ariba' antwoordt de dame achter de bar. Er staat een trap, maar daar was toch een rots? Blijkt er een piepklein toilet te zijn net onder de rots. Als je je schuin kronkelt kan je net gaan zitten. Door de ronde opening in de muur heb je zicht naar buiten, en ook een beetje frisse lucht.

Ondertussen was de zon er ook weer.



Je kan zien dat het toeristisch seizoen nog niet is ingezet in Zuid-Spanje.

Een wandeling door het dorp is echt een belevenis. Steeds nieuwe perspektieven.


We worden er ook weer geconfronteerd met de sociale manier van werken in Spanje. Twee zijn bezig, vijf kijken toe.

Smal zijn ze wel die straatjes, toch is er hier vrij druk autoverkeer.

De huizen zijn echt gebouwd tussen de rotsen. De meeste hebben als achtermuur de rotswand.

Er zijn er zelfs die boven de rots boven hun huis een ander huis staan hebben. Ik hoop dat als de bovenbuur zijn gazon sproeit het niet binnenregent bij onderbuur.



Er is er een met energie te veel. Terwijl wij er een rustig tempo op nahouden loopt er een steeds maar blokjes rond.


panorama




Op het einde van de wandeling besef ik dat we de toeristische route in omgekeerde volgorde hebben gedaan. Hier is er namelijk veel parkeerplaats en krijg je een eerste panoramisch zicht op het dorp.
Je ziet ook het duidelijke contrast in het weer, zowel dreigende regen als zonneschijn. We hebben moeten schuilen, maar het was bij momenten ook warm in de steile straatjes.

Ronda is een heel ander verhaal.

Het ligt hier amper een paar km vandaan, dus dat kunnen we er nog vlug bijnemen.
Ronda is wel erg druk vergeleken bij Setinel. We rijden het centrum binnen, door het oude historische centrum. We passeren de parador en rijden over de kloof.
Dan dalen we terug af. We komen op een vrij open plein, maar geen enkel plaatsje om te parkeren. Dan maar weer het centrum in, terug over de kloof. We hebben dit een paar keer gedaan. We wilden zo graag Wim en Gertrude verrassen, we kregen het adres van Elsy. Bovendien had ik hun website ook al bekeken, en Gino had me zijn verhaal ook al gedaan. Goed voorbereid dus. Behalve het parkeerprobleem, dat hadden we onderschat. We hebben de bordjes met een vliegend pijltje P 24h gevolgd. Tot Eulalie de wijsheid had: 'zouden die bordjes willen zeggen dat je hier 24h mag staan, gewoon langs straat, en niet de weg naar een ondergrondse parking aanduiden naar waar we op zoek zijn ?'

Juist dus, na een paar keer in file gestaan te hebben, het was ondertussen na 19.00h en we moesten nog meer dan 200 km terug. 'Wat denken jullie kinderen, hebben we hier gezien of willen jullie hier nog rondwandelen' gaven we een schijn van inspraak.
Naar huis dus.

Vanavond koken we zelf. Pasta met scampi, lekker wijntje erbij. Vooraf nog een partijtje biljart met enkele glazen Ximenez. We hebben goed geslapen.



klik zeker eens op de foto's om ze te vergroten,
en er zijn nog veel meer foto's in hogere resoltie te bekijken in ons online album.

zondag 12 juli 2009

Sevilla, dinsdag 14 april 09

Vandaag iets meer dan 200 km zuidwaards, naar Sevilla.
Vanuit Baéna moet je eerst naar Córdoba, wat een enorme omweg lijkt. Manuel had ons op het hard gedrukt om het niet anders te proberen, want je deed er dan nog langer over dan drie uur.

Dit is één van de grote verschillen tussen Andalucië en Toscane, het is een pracht van een streek, maar wil je wat zien moet je enorme afstanden overbruggen. Na 2500 km is 200 km uiteraard slechts een kikkersprong.

Gaat het over de snelwegen heel vlot, dan is het in de Spaanse steden een totaal ander verhaal. Druk, hopen blik maar niet onmiddellijk parkeerplaatsen. Na een mooie rondrit door het historische en winkelcentrum van Sevilla, vinden we na het volgen van telbare P-pijltjes een ondergrondse.
Terug in het licht nemen we een foto om te weten waar we onze auto gestald hebben. Op de kaart en in de gids zoeken we naar onze eerste bezienswaardigheid. Na een aantal maal ronddraaien zien we dat we voor

La Maestranza staan, de arena


Wil je de Arena binnen zien dan betaal je 4€ per persoon voor een geleid bezoek, en krijg je er een rondleiding in het museum bij.

Klik zeker op hier (extreem groot) of op onderstaande foto (gewoon groot) om het panaroma te zien



Onze gids weet het goed uit te leggen in een voor alle toeristen verstaanbaar Engels (behalve de Fransen hadden liever een andere taal gehad, maar ze waren in de minderheid)


Tijdens de gevechten kost een plaatsje hier met gemak 250€ voor de goedkoopste plaatsen, hoog en in de zon. In de schaduw is het iets duurder, beneden dicht bij de actie betaal je vlug 800 €. Soms gebeurt het wel eens dat een stier over de afsluiting wipt. Je zit dan met je derrièrre midden in de actie. De duurste plaats is uiteraard de koninklijke loge.

Het Museo Taurino in de catacomben van de arena leert je bij over de stier.

Over het verloop van een stierengevecht.
In het eerste deel komt de matador voor de eerste maal de ring in met een grote roze lap. Daarbij wordt de kracht en de moed van de stier bepaald. Een stier die wegloopt wordt vervangen. Hierbij komen de picadores te paard helpen, en verwonden de stier met spiesen.

In het tweede deel wordt de stier verder afgemat door baderilleros die speren met weerhaken gebruiken.

In het derde deel komt de matador terug, met een kleine rode lap daagt hij de stier uit. De matador blijft zo stil mogelijk staan, en laat de stier zo dicht mogelijk langs hem passeren. Uiteindelijk brengt hij met zijn lans de estocada uit, en steekt de stier dood tussen de schouderbladen. Hiervoor moeten de voorpoten van de stier dicht bij elkaar staan. Is het publiek tevreden dan wordt de Torero beloond. Eén oor, twee oren en uitzonderlijk zelfs de staart.

We leren ook dat de beste torero's in de arena gestorven zijn.
Wanneer een stier een matador doodt, dan gaat ook de moeder (van de stier) naar het slachthuis.
Wanneer de stier een gevecht overleeft, dan mag hij zijn leven dartel verder zetten vrij in de wei.


De loodzware en onbetaalbare kledij van de toreador. Gouddraad en edelstenen. Hoe ze daarin bewegen is me een raadsel.




De patio van de paarden met kapel waar de toreros bidden voor het gevecht




Juist ja, we gaan verder.

We vinden onze weg naar het centrum, naar de kathedraal van Sevilla. Onderweg komen we nog een oude bekende tegen.

Onderweg zie ik typische beelden alsof ik in een Spaanse film ben beland. Er valt bij ieder personage op dit terras een verhaal te verzinnen.

Het plein wordt gevormd door de kathedraal en het bisschoppelijk paleis (foto hieronder)



La giralda
, de minaret, deel van de moskee, nu kathedraal. Een verwevenheid tussen religies die in Córdoba nog duidelijker zal zijn.




Een mooi pareltje vind je als je het steegje rechtover het bischoppelijk paleis in gaat. Je komt dan op de plaza Santa Marta. Stilte en schaduw in hartje centrum Sevilla.

Hier zou Geertrui zo de deur kunnen opensteken en ons binnen vragen.


Onze jeugd, onopvallend genietend van de spaanse gitaar.

We bezinnen ons of we al dan niet het real alcázar binnen gaan, want er staat een file. De lengte van de rij doet ons besluiten dat het gelijk niet mis moet zijn daarbinnen, als je buiten het toeristensten seizoen moet aanschuiven.

Maak nooit de fout hier niet binnen te gaan, want zoals zoveel parels in Andalucië is van buitenaf de schoonheid niet te zien.


Veel licht is er binnen niet, dus haal ik mijn statief uit de rugzak. Het uitschuiven en vastzetten van de poten en het monteren van de camera nemen veel tijd in beslag. Een wachter heeft ons de ganse tijd staan bekijken, en net als ik een foto wil nemen komt hij naar mij en met een brede glimlach: 'no statief'. Dan maar zonder want een flits gebruik in zo goed als nooit. Ik hou niet van de scherpe licht en wil de ruimtes altijd zo natuurlijk mogelijk te laten overkomen. Daarbij vind ik het belangrijk dat je de reële lichtinval kan zien. Dan maar andere zaken gebruiken als steun bij lange sluitertijden.


De gekleurde muurtegels zullen we nog veel tegenkomen in de streek.

Het is ook voor het eerst dat ik architectuur zie waarbij de detaillering en versiering een essentieel onderdeel van het geheel maken.


Weelderig kleurgebruik zowel buiten als binnen.

Het plafond.

Een nauwe doorgang .

fullsized picture

De typische Moorse bogen


Steeds andere decoraties voor de plafonds




Het gefilterde licht in een patio.

Behalve de schoolgroepen, zijn de meeste toerististen doodstil, overdonderd door de schoonheid.

Je weet eigenlijk niet of je wel genoeg rond kijkt, of je alles wel gezien hebt. Het lijkt niet mogelijk om alles in je op te nemen.

Heel rijk, moeilijk plaatsbaar met onze westerse achtergrond.

een enorme graad van detaillering

Onleesbaar ook.



Ik maak me de bedenking hoe het alhambra mooier kan zijn dat dit.

Als je denkt dat je het allemaal gezien hebt, word je nogmaals overdonderd door de schoonheid van de tuin.



Appelsienbomen blijken daar maar gewone straatbomen.



We vervullen dikwijls de functie van familiefotograaf, én de onderwerpen zijn tevreden met het resultaat.


Iedereen wordt echt ingezet, (ook zij waren tevreden met het resultaat) we moeten er een zeer professionele familie uit zien.

de schattige eendjes zie je niet op deze foto, maar ze zijn er wel.

Wat wil een koning eigenlijk nog meer?




Een beetje schaduw en een zuchtje wind.

Ook buiten zijn de pavilioenen mooi versierd en versierd.


De vermoeidheid begint te wegen, dus even verpozen in de tuin is welkom.
Toch blijven we uitvissen of we alles gezien hebben wat de moeite is, en wat de mooiste weg terug naar de parking is.

We moeten vooral verder.

We verlaten het Alcazar en wandelen door de wijk santa cruz terug naar de parking.


In de bar links drinken we onze dagelijkse café con leché, en doen we een beeje energie op.
Het is nog een mooie wandeling door de winkelstraten van het historische centrum van Sevilla.



We besluiten op de terugweg, toch ook weer 200 km een restaurant te zoeken om te eten.
Aangezien ik niet echt zin heb om de omweg via Cordoba te doen, stoppen we in bar langs de snelweg. Bij de eerste durven we niet echt stoppen, de spagettiwestern wordt te reëel. Iets verder ziet het er niet veel beter uit. Binnen valt het eigenlijk allemaal mee. De jeugd blijft wel in de auto zitten, paps en mams bestellen hun café con leché aan de bar, en met de michelin kiezen we Las Camachas in Montilla uit.

De straat vinden we niet terug op onze gps, maar hoe moeilijk kan een restaurant vinden zijn?
We hebben het centrum van Montilla verschillende keren gezien. We stopten aan een bar, niemand kende de weg, we vroegen het aan een krantenkiosk: 'aqui' en met een hele uitleg op papier hebben we nogmaals het centrum doorkruist.

Het begon ondertussen te regenen, ik zet de auto aan de kant, stap uit en ga recht op een plaatselijke donna af. Die zet het me daar op een schreeuwen, zodat een andere man zijn auto komt uitgestapt. Ik leg hem mijn probleem uit. Hij weet het zijn, hij probeert het me uit te leggen, maar bedenkt dan 'volg me maar, ik zal voorrijden'. Door de straten van Montilla komen we uiteindelijk bij de grote baan waar we eerst vandaan kwamen. We waren er gewoon straal voorbij gereden.

Druk was het daar niet echt. In de bar zat wel wat volk die niet veel aandacht aan ons gaf. In een zaal zat een ganse familie uitbundig te eten terwijl ze tv keken. Wij mochten naar het restaurant. We zaten daar alleen. De ober zette de verwarming aan zodat het er toch gezellig werd.

We bestelden zonder schroom twee voorgerechten met vier borden:
Ensalada de casa al atún natural (tonijn met veel groen)
Alcachofas al Montilla (artisjokken)

als hoofdgerecht
Pescados a la sal (vis in zoutkorst)
Cordero ala miel de Jara (lamsbout met honing)
Rabo de toro (de staart van de stier, bleek toen het op tafel kwam)
solomillo camachas (steak)

en als toetjes onder andere
leche frita (inderdaad gefrituurde melk)

Het klinkt allemaal lekkerder dan het was. Het vlees was nogal gekookt, behalve de steak dan. De vis was overgaar. en de leche frita is een plaatselijke specialiteit die ik niet echt kan aanraden.
Slecht was het nu ook weer niet, maar de vermelding met twee vorkjes in de michelin vind ik overdreven. Ik ben er zeker van dat we in het centrum van Montilla betere restaurants gepasseerd hebben.